Boeken van vroeger

boeken beleefd

OttelientjeOttelientje  van Freddy Hagers

Slechts vijf boeken sieren mijn plankje met dierbare boeken uit mijn jeugd en alle vijf zijn ze stukgelezen. Had ik er niet meer? Waarschijnlijk niet. Een boek was iets bijzonders. Die kreeg je bij hoge uitzondering als je jarig was. Wie wilde lezen ging naar de parochiebibliotheek. Daar stonden de boeken voor jongens (gekaft met bruinrood papier) en meisjes (blauw) streng gescheiden achter glas.
Ottelientje  van Freddy Hagers, pseudoniem van Frederik August Betlem (1905-1977), kreeg ik vermoedelijk op mijn tiende verjaardag. Met rode ballpoint – nog heel bijzonder in 1953 - schreef ik er mijn naam en fout gespelde adres in, geen datum. Een klein onderzoekje leert dat de tweede druk met illustraties van Nans van Leeuwen en omslag van Lies Veenhoven naar alle waarschijnlijkheid in 1953 door Kluitman opnieuw op de markt is gezet. Eerste druk onder de titel Ottelientje op ‘den Hove’ dateert van 1946. Ik moet er heel blij mee zijn geweest.
Een echt boek, genaaid en gebonden, met zwart wit tekeningen die ik zorgvuldig inkleurde.  Volgens een zwierige zonnebloem op het achterplat – met in het hart van de bloem de letters u K a – hoorde Ottelientje  net als Marjoleintje van het pleintje  tot de Zonnebloem-reeks. Marjoleintje kende ik van de bieb en omdat daar alleen de door de Informatie Dienst inzake Lectuur goedgekeurde boeken waren, moet Freddy Hagers wel van katholieke huize zijn geweest. In het boek zelf is daar weinig van te merken. Kerk en gebed komen er niet in voor, maar de moraal is helemaal van wat ik me van mijn opvoeding herinner. Je moet doorzetten, flink zijn, op je tanden bijten ook als het even niet meezit. “Ottelientje,” zei moeder, “ga nu alsjeblieft niet huilen. Daar schieten we toch werkelijk niets mee op en ’t is immers voor je bestwil.” Hoe vaak ik die frase niet te horen heb gekregen. Net als Ottelientje was ik een zwak poppetje dat in de vakantie aan moest sterken op de boerderij van mijn oom en tante. In de gezonde buitenlucht! Elke morgen een eitje en pap van verse koeienmelk – vreselijk vies en lauw en slijmerig -, dan zou ik wel dikker en flinker worden. Nou, dat is tenslotte gelukt. Overigens vond ik die zomerse logeerpartijen een groot feest. Twaalf kinderen hadden mijn oom en tante en koeien en kippen en paarden en een tuin vol heerlijkheden als boontjes, kruisbessen en aardbeien. Oom Joop was weliswaar streng en ouderwets – ik mocht niet kijken als er een kalfje werd geboren en de meisjes mochten onder geen beding tegelijk met de jongens zwemmen – maar hij liet me wel meerijden naar het land om het hooi binnen te halen. Maar omdat ik er een van veel was, liep ik gewoon met de meute mee. Net als de jongens sliepen alle  meisjes op een, grote kamer met drie of vier grote bedden. Drie in een was heel gewoon. Wel een beetje warm en griezelig maar voor mijn nichten was dat zo vanzelfsprekend dat je je angsten maar wegslikte.
Ottelientje, enig kind uit de stad, leert in het doktersgezin van haar oom en tante dat er meer is in het leven dan haar eigen sores. Als ze na een half jaar weer naar huis mag, is ze niet alleen sterker van lichaam maar ook sterker van geest. Ze heeft meer inzicht in haar eigen drijfveren en die van anderen en kan zich bekommeren om de medemens die het minder goed heeft getroffen. Een levensschool dus, vreselijk braaf en voorspelbaar. Fris is het woord dat daar indertijd voor werd gebruikt. Nu vinden we het nogal clichématig. Maar omdat de verschillende figuren nogal eendimensionaal zijn neergezet, is de spanningsboog bijzonder overzichtelijk. Op de eerste bladzijde weet je al dat het allemaal goed zal komen. De psychologie is expliciet maar invoelbaar omdat de meeste gebeurtenissen beschreven zijn vanuit Ottelientje. De dialogen zijn simpel en voor mij indertijd herkenbaar. Knap eigenlijk als je bedenkt dat deze Freddy Hagen een echte veelschrijver was. Op 14-jarige leeftijd waande hij zich al directeur-eigenaar en hoofdredacteur van een met de hand geschreven familietijdschrift en publiceerde hij gedichten in een huis-aan-huis verspreid advertentieblad. Na een korte carrière in de papierbranche publiceerde hij in 1930 de eerste van zijn meer dan tweehonderdvijftig titels tellende oeuvre bij de gebr. (= de twee zonen van oprichter Pieter) Kluitman. Eindeloze verhalen over Marjoleintje en Katinka en Eefje en Kwikje en Corientje en ‘spannende’ jongensboeken onder zijn eigenlijke naam Guus van Betlem. Vaak gebruikte hij dezelfde materie eerst voor een jongensboek en daarna voor meisjes door eenvoudigweg de namen te veranderen! Vaak ook kreeg een herdruk een net iets andere titel. Geen wonder dat de man genoeg verdiende om zich in 1967 in Italië terug te kunnen trekken.
Alhoewel het wereldbeeld wel erg simpel is, herlas ik Ottelientje met een zeker genoegen en zelfs enige weemoed om wat voorbij is. De overzichtelijkheid van de jaren vijftig. Stad versus platteland; arm tegenover rijk; sociaal tegenover zelfingenomen.  En ook met enige opluchting. Gelukkig zijn de mogelijkheden nu een stuk royaler dan toen.
In grote lijnen zijn zijn boeken in te delen in zes genres:
- de echte kinderboeken, bedoeld voor meisjes van circa 8-10 jaar (doorgaans onder de naam Freddy Hagers)
- avonturenboeken voor jongens in de leeftijd 10-14 jaar (doorgaans onder de naam Guus Betlem jr.)
- avonturenboeken voor meisjes in de leeftijd 10-14 jaar
- meisjesboeken voor 10-14 jarigen
- boeken voor oudere meisjes in de leeftijd 12-16 jaar
- zogenaamde "zwaardere kost" voor oudere meisjes


Contact

 

Opmerkingen over deze site?
Mail naar: boekenvanvroeger.nl (info)

jessewilcoxsmith3

Meedoen?

 

Stuur een mail over je favoriete boek aan: boekenvanvroeger.nl (info)